Latest Entries »

Seamind

Publicités

Mouvement

brouillart

brouillart

Il fut un temps où les cerises  devenaient trop chères, et puis un temps révolu où on confondait cerises, figues et raisins. Ceci pour vous dire qu’il y a certes une rationalité à toutes choses, d’y voir cette ultime sagesse et d’y entrevoir les méandres d’un système qui devrait se calquer à la nature pure, même si celle ci est conditionnée ou à moitié détruite. Reste la morale pour donner un sens à Spinoza: tous les corps sont en mouvement ou en repos. Pour l’être humain c’est autre chose car il peut être en mouvement tout en étant en repos et vice-versa. Pensez à l’horloge dans un train déambulant à du cent à l’heure, décrite par Einstein. Et pensez à la pomme d’Adam et Ève qui tombe de l’arbre, décrite par Newton. Le monde physique ne s’oppose jamais à la rationalité, mais au plus pauvres (d’esprit) les êtres humains au moins de rationalité. Si ce n’est que les riches sont tout aussi irrationnels, ce qui veut dire si on met les deux ensemble on arrive à la rationalité. Il ne faut pas lire Wittgenstein pour savoir cela. Parlons maintenant de la générosité dirait Aristote. Et parlons en si ce n’est qu’elle est inexistante puisque les pauvres sont généreux et pas les riches. Certes ne tombons pas dans un manichéisme malveillant, mais de voir tout en son contraire relate sans doute aussi de folie. De ne plus savoir quand on doit rire ou pleurer comme eux, et puis de transfigurer la réalité, de la fuir aux sons d’écrans, et puis plus rien que son soi-même sans le même, le Es. En reviendrait-on à la rengaine de l’explication objective, celle en tous les cas que doivent manier encore d’autres imbéciles comme ces docteurs, comme dirait Trotsky. Un peu plus tard il fut assassiné.

seaside

bleue de mer

Hoe zeer de ontwikkeling een rol diende te spelen, hoe zeer tante Martha overbleef met dat soort bevende gejank over het geblaf en paraadheid der vertegenwoordigers van  de spoelingssystemen, tekeer in een uniformeel systeem. Dat woord bestaat niet, uniformeel, zei ze. Op zo’n krampachtige manier dat er dan toch schijn en manezijn omringd door mannen moest zijn eens haar zijden kleedje op de grond en haar mond op de spiegel, er een schijn van kans in de kadans overbleef om met een ultieme zucht wat koesterende woordjes in te fluisteren, in het meer der twijfels, met het gezanik over al de rest, als -zegge maar- voor eens de stilte overbleef, het geruis van haar vingertoppen op zijn huid, en in dat fluisteren onder  de meeuwen alles te herontdekken, al viel ze soms neder in het ijle terwijl ze twijfelde over dat heen en weer, en ook weeral niet terwijl ze zei en mijmerde terwijl hij even achterover leunde, eens de stofdeeltjes van het moessonseizoen ook voorbij. Ging ze in de leer. Kreeg ze een handdoek voor haar luie tenen, en vergenoegde de menigte met een geeuwende zege om te kleven. Hoe komt het dat ze niet meer weet waar ze is. Hoe komt het dat ze nergens aan toe is, dan in dit minnemijmeren te reiken naar de hand van de hemel, en te leven in een soort hel waarvan ze de contouren kende, des te meer dat er geen alternatief bleek te zijn eens de koude winter voor de deur, en de geslachtsorganen in elk zijn onderbroek opgekruld genegeerd. Terwijl hij evenzeer twijfelde aan het nut. Jawel, het nut der dingen. Waarvoor ze dienen en ons inleiden in het lijden en pijn terwijl het genot zegevierde achter gesloten deuren. En maar best, zei hij. Zodat ze met de kilte van de nacht en de zeewind in het gezicht haar benen openschudde op het zand van het lege strand, in een stand van jewelste, tot de zeegolven met het schuim haar warmhartige trillingen afkoelde zodat die gesloten deuren voor eens ver weg schenen omdat ze ook dromde & droomde en alles wou vergeten. Omdat hij in grijs kostuum de factures diende te betalen, en omdat ze beiden genoeg zuurstof in ademden om in leven te blijven, zo eenvoudig was dat. Ze zinspeelde al op mogelijke vertalingen: ‘what a beautiful moonsky’, he said’. Schreef ze, und smak daar kreeg ze een kus op dat zandkussen waarvan deze kust jawel haar kut smalend beproefde. Zodat alweer poëzie pornografisch scheen, zodat ook dat nog nergens aan bod mocht. Terwijl ze zacht in het malse zand insliep met een zucht van je welste, zei jij toch.

Atelier

Atelier

Atelier

ATELIER

Nieuw kunstboek te bestellen via:

http://www.unibook.com/nl/Patrick-Pitteman%2C-Hubert-Dethier/Atelier

it could be revently relevent

this is it isn't it?

Komt er een pleidooi voor de samenhorigheid, desnoods te lanterfanteren en te hopen naar dozen, die men opvult om ze wat verder te ledigen en weer op te vullen, in een soort kadans van weet je hoe het is te flikflooien en flessen Coca Cola dragen & te transporteren. Flikflooien zei ze. Welnu was er geen hoop meer want is er ook geen droom meer want bleek er net als voorheen een entropie te zijn, ik bedoel een tweeslachtig spel vol energie en er gebeurt niks dan ronddraaien, en weer kruipen in het vooruitzicht dat de kuip nooit overloopt, nooit verzadigd is van het wederomspel van de leestige wederopbouw en te voorkomen dat er een nut zou schuilen in elk vooruitzicht met dat soort uitzicht dat er geen zicht meer aan is ; dus  zijn er kooien (van de ratio), die dienen open te gaan op een wereld vol omwegen en te merken dat de rijken, die geen rijken (meer) zijn, recht hebben op wat er aan de rand van de jungle gebeurt, in zogenaamde residentiële wijken zonder prikkeldrdaad meer errond dan camera’s, en is er hoe dan ook geen lawaai van sirènes meer (ouf), dan wel het geluid van blaffende (duitse) honden vol maniënen bij deze die ze vergezellen en samen de dagelijkse stront op de stoep krijgen, maar daar waar er die sirènes zijn, is dat het centrum (?) van de stad, en daar is er geen plaats meer voor stront maar is er geen plaats meer voor niets en laat je één minuut iets buiten zonder sleutel, prikkeldraad en camera erachter wordt dat bijna onmiddellijk gestolen, met slechts (lelijke) klootzakken die je nog aanspreken. Daarop zeggen de ‘waarheidzeggers’ dat er geen jungle (meer) is. Daartussen draaien er sommige zeldzamen soms dol want zijn het niet veel meer dan voyous, die men bijna niet meer lukt te bedwingen, doch draaien ze ook rond de kerk op den duur en dienen ze ook te slapen, ook in een kooi (met scherm). Kom je tot de constatering dat er in sommige gevangeniscellen grotere vensters met mooier zicht is dan in die sociale woningen met zicht op kooien, en dus het carcerale zonder het te zijn. Die mensen hebben (partij)relaties und tv om zich te bedwingen, met medicatie, alcohol of wat drugs om ze te versuffen, anders gebeurt er een ongeluk. Ze zijn omringd en omkaderd door mensen in uniform met of zonder paarden, honden of vrouwen, die er op uit zijn op mensen die anders zijn, want in orde met niks. Zo kloppen hun nummerplaten niet, en zijn het papieren in het ruissige  russisch of Roemeens voor de bohemers, die hier zot worden want denken ze dat zij van de koninklijke familie behoren, en niet die bureaucraten in uniform. Een wereld waar de logica is teloorgegaan, en de opvulling gebeurt zodat alles draaiende gehouden wordt als de anderen op congé zijn in de zon, met cocktailglas in de mond en met rondborstige psychotische poedels in het rond.

Ziedaar nieuwe Blog van Patrick Pitteman. Zeg voor mezelf dat ik journalist ben, die genoodzaakt is sedentair te leven gezien beperkte middelen en niemand die mij nog publiceert. En gezien ik meer met fantasie bezig zou zijn en niet met de reële feiten, ben ik dan ook geen journalist maar een tedere betere zweter, sorry zwever. Maar gezien er nog bitter weinig journalisten zich verplaatsen naar de feiten, met uitzondering van de faits-divers en de recepties van de machtigen is er niet veel verschil met mijn doen en laten.